Met de scanfunctie zet u tekst en afbeeldingen om in digitale bestanden die u op de computer kunt opslaan.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
|
|
|
De maximale resolutie is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de snelheid van de computer, de beschikbare schijfruimte, het geheugen, de grootte van het te scannen bestand en de instellingen van de bitdiepte. U zult daarom, afhankelijk van uw systeem en wat u scant, mogelijk niet kunnen scannen met bepaalde resoluties, vooral niet met een hogere resolutie. |
U kunt de originelen met uw apparaat scannen via een USB-kabel of via het netwerk.
: scan de originelen via het bedieningspaneel. De ingescande gegevens worden vervolgens opgeslagen in de map op de verbonden computers. Als u alle software op de bijgeleverde cd installeert, wordt Samsung Scanbeheer automatisch op uw computer geďnstalleerd. U kunt deze functie gebruiken via de lokale verbinding of de netwerkverbinding (zie Samsung Scanbeheer gebruiken).
TWAIN: TWAIN is een van de vooraf ingestelde beeldtoepassingen. Als u een afbeelding scant, wordt de geselecteerde toepassing gestart zodat u het scanproces kunt beheren. U kunt deze functie gebruiken via de lokale verbinding of de netwerkverbinding (zie Scannen met TWAIN-compatibele software).
SmarThru: dit programma wordt standaard geleverd bij uw apparaat. U kunt dit programma gebruiken voor het scannen van afbeeldingen of documenten. U kunt deze functie gebruiken via de lokale verbinding of de netwerkverbinding (zie SmarThru).
WIA: WIA staat voor Windows Images Acquisition. Om deze functie te kunnen gebruiken, moet de computer rechtstreeks met het apparaat zijn verbonden via een USB-kabel (zie Scannen met het WIA-stuurprogramma).
U kunt met het apparaat een afbeelding inscannen met behulp van het programma Samsung Scanbeheer dat geďnstalleerd is op uw computer die met het netwerk is verbonden.
Dit is een basisscanmethode voor een apparaat dat via USB is verbonden.
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Druk op
(Scannen) op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
|
|
|
Als u het bericht ziet, controleert u de poortverbinding. |
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste toepassing verschijnt en druk vervolgens op .
De standaardinstelling is .
|
|
|
Om de map waarin het ingescande bestand is opgeslagen toe te voegen of te verwijderen, voegt u het toepassingsprogramma toe of verwijdert u het in > > . |
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste instelling verschijnt en druk op .
: Hiermee stelt u de resolutie van de afbeelding in.
: Hiermee stelt u de kleurenmodus in.
: Hiermee stelt u de bestandsindeling in waarin de afbeelding moet worden opgeslagen.
: Hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in.
|
|
|
Het scannen begint.
|
|
|
Zorg ervoor dat het printerstuurprogramma vanaf de software-cd op uw computer wordt geďnstalleerd; het scanprogramma maakt immers deel uit van het printerstuurprogramma (zie Het stuurprogramma voor het verbinden met een bedraad netwerk installeren).
Controleer of uw apparaat en de computer verbonden zijn met een netwerk en dat Samsung Scanbeheer op de computer is geďnstalleerd.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
Druk op
(Scannen) op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
|
|
|
Als u het bericht ziet, controleert u de poortverbinding. |
Selecteer uw geregistreerd computer- en voer indien nodig het in.
|
|
|
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste toepassing verschijnt en druk vervolgens op .
De standaardinstelling is .
|
|
|
Om de map waarin het ingescande bestand is opgeslagen toe te voegen of te verwijderen, voegt u het toepassingsprogramma toe of verwijdert u het in > > . |
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste instelling verschijnt en druk op .
: Hiermee stelt u de resolutie van de afbeelding in.
: Hiermee stelt u de kleurenmodus in.
: Hiermee stelt u de bestandsindeling in waarin de afbeelding moet worden opgeslagen.
: Hiermee stelt u de grootte van de afbeelding in.
|
|
|
Het scannen begint.
|
|
|
Als u het printerstuurprogramma hebt geďnstalleerd, werd ook het programma Samsung Scanbeheer geďnstalleerd. Start het programma Samsung Scanbeheer voor meer informatie over dit programma en over de status van het geďnstalleerde scannerstuurprogramma. Met dit programma kunt u de scaninstellingen wijzigen en mappen waarin de gescande documenten op uw computer worden opgeslagen toevoegen of verwijderen.
|
|
|
Het programma Samsung Scanbeheer kan alleen onder Windows en Macintosh worden gebruikt. Zie Scaninformatie instellen in Scanbeheer als u Macintosh gebruikt. |
Klik in het menu op > .
|
|
|
U kunt Samsung Scanbeheer openen door met uw rechtermuisknop te klikken op het pictogram van Smart Panel in de taakbalk van Windows en Scanbeheer te selecteren. |
Selecteer het gewenste apparaat in het venster Samsung Scanbeheer.
Klik op .
Op het tabblad kunt u de opslaglocatie en de scaninstellingen wijzigen en toepassingen en bestandsindelingen toevoegen of verwijderen.
Op het tabblad (lokaal of netwerk) kunt u het scanapparaat wijzigen.
Klik op als u klaar bent met de instellingen.
: toont de lijst met toepassingen die momenteel zijn gekoppeld aan gescande afbeeldingen in het register van de computer. Selecteer het programma dat u wilt gebruiken, klik op de pijl-rechts en voeg het toe aan .
: hiermee wordt de lijst met toepassingen getoond waarmee de ingescande afbeelding kan worden geopend.
: hiermee voegt u de toepassing die u wilt gebruiken toe aan de .
: hiermee kunt u een item verwijderen dat door de gebruiker werd toegevoegd aan de .
: hiermee kunt u de bestandsindeling kiezen van de ingescande gegevens die opgeslagen moeten worden. U hebt de keuze uit , , en .
: geeft de status van uw computer weer.
: hiermee kunt u de locatie van de standaard opslagmap kiezen.
: hiermee kunt u de scanresolutie instellen.
: hiermee kunt u de scankleur instellen.
: hiermee kunt u het scanformaat instellen.
: hiermee worden automatisch beide zijden gescand. Als uw model deze optie niet ondersteunt, wordt ze uitgegrijsd.
: door dit vak in te schakelen, kunt u een voorbeeld van de toegepaste scanopties bekijken. U kunt de opties wijzigen voor het scannen.
: hiermee kunt u terugkeren naar de standaardopties.
Als u documenten met andere software wilt scannen, moet deze TWAIN-compatibel zijn, zoals Adobe Photoshop.
Volg onderstaande stappen om te scannen met TWAIN-compatibele software.
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Open een toepassing, bijvoorbeeld Adobe Photoshop.
Open het TWAIN-venster en stel de scanopties in.
Scan uw afbeelding in en sla ze op.
Het apparaat ondersteunt ook het WIA (Windows Image Acquisition)-stuurprogramma voor het scannen van afbeeldingen. WIA is één van de standaardonderdelen van Microsoft Windows XP en werkt met digitale camera’s en scanners. In tegenstelling tot het TWAIN-stuurprogramma kunt u met het WIA-stuurprogramma zonder aanvullende software gemakkelijk afbeeldingen scannen en bewerken.
|
|
|
Het WIA-stuurprogramma werkt alleen onder Windows XP/Vista/7 en via een USB-poort. |
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Klik op en kies > .
Dubbelklik op het pictogram van het scannerstuurprogramma. De verschijnt.
Klik op .
Stel de optie in het venster in en klik op om te zien welke gevolgen ingestelde opties hebben voor uw afbeelding.
Klik op .
Geef een naam op voor de afbeelding en selecteer de bestandsindeling en de map waarin u de afbeelding wilt opslaan.
Uw foto is naar uw computer gekopieerd. Kies een van de opties op het scherm.
Klik op .
Klik op .
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Klik op en kies > > .
Dubbelklik op . De toepassing wordt gestart.
|
|
|
Klik op . Het scannerstuurprogramma verschijnt.
Geef uw scanvoorkeuren op en klik op om te zien welke invloed uw voorkeuren op de afbeelding hebben.
Klik op .
|
|
|
Als u de scantaak wilt annuleren, klikt u op de knop in de . |
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Selecteer in het menu achtereenvolgens > > .
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van het apparaatstuurprogramma in en kies . De toepassing verschijnt.
Geef uw scanvoorkeuren op en klik op om te zien welke invloed uw voorkeuren op de afbeelding hebben.
Klik op .
U kunt documenten scannen met behulp van het programma . Macintosh omvat het programma .
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Start en klik op .
|
|
|
Als het bericht verschijnt, maakt u de USB-kabel los en verbindt u hem opnieuw. Als het probleem blijft bestaan, raadpleegt u de help bij . |
Stel de scanopties in dit programma in.
Scan uw afbeelding in en sla ze op.
|
|
|
Zorg ervoor dat het apparaat op uw computer is aangesloten en ingeschakeld is.
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Start en klik op .
Voor Mac OS X 10.4-10.5
Klik achtereenvolgens op en
Voor Mac OS X 10.6
Selecteer uw apparaat onder . Ga door met stap 7.
Voor Mac OS X 10.4:
Selecteer uw apparaat bij de optie TWAIN-apparaten. Controleer of het selectievakje naast is ingeschakeld en klik op .
Klik op om een poort te selecteren als er een waarschuwingsmelding verschijnt.
Als TWAIN UI op het verschijnt, klikt u op om de poort te selecteren.
|
|
|
Raadpleeg Scanbeheer voor het gebruik van (zie Scaninformatie instellen in Scanbeheer). |
Voor Mac OS X 10.5:
Controleer of het selectievakje naast uw apparaat is ingeschakeld is in .
Als u via TWAIN wilt scannen, raadpleegt u de bovenstaande stappen voor Mac OS X 10.4.
Stel de scanopties in dit programma in.
Scan uw afbeelding in en sla ze op.
|
|
|
Voor meer informatie over het programma Scanbeheer, om de toestand van het geďnstalleerde scannerstuurprogramma te controleren, om scaninstellingen te wijzigen en om bestanden waarin ingescande documenten worden bewaard in het programma Scanbeheer toe te voegen of te verwijderen, volgt u deze instructies:
Klik op Scanbeheer in het menu Smart Panel in de statusbalk.
Selecteer het gewenste apparaat in Scanbeheer.
Klik op .
Gebruik om de bestemming van het bestand of de scaninstellingen te wijzigen, toepassingen toe te voegen of te verwijderen en bestanden te formatteren. Via (lokaal of netwerk) kunt u het scanapparaat wijzigen.
Klik op wanneer u klaar bent.
U kunt een document scannen vanuit het venster Unified Driver Configurator.
Dubbelklik op op het bureaublad.
Klik op de knop
om over te schakelen naar Scanners configuration.
Selecteer de scanner in de lijst.
Als u slechts één MFP-apparaat gebruikt en als dit apparaat aangesloten is op de computer en aan staat, verschijnt uw scanner in de lijst en wordt deze automatisch geselecteerd.
Als er twee of meer scanners zijn aangesloten op de computer, kunt u voor elke scantaak een andere scanner kiezen. Als er bijvoorbeeld een document wordt gescand op de eerste scanner, kunt u de tweede scanner selecteren, de apparaatopties instellen en de scantaak tegelijkertijd starten.
Klik op .
Plaats originelen in de ADI met de bedrukte zijde naar boven, of plaats een enkel origineel op de glasplaat van de scanner met de bedrukte zijde naar onder.
(Zie Originelen plaatsen.)
Klik in het venster op .
Het document wordt gescand en er verschijnt een voorbeeld van de afbeelding in het .
Sleep met de muisaanwijzer over het gedeelte dat u wilt scannen in het .
Wijzig de scanopties in de vakken en .
: hier kunt u de kleurcompositie en scanresolutie voor de afbeelding selecteren.
: hier kunt u het paginaformaat selecteren. Klik op de knop als u het paginaformaat handmatig wilt instellen.
Als u een van de vooraf ingestelde scanopties wilt gebruiken, selecteert u de optie in de vervolgkeuzelijst (zie Instellingen voor taaktypes toevoegen).
Klik op om de standaardinstelling voor de scanopties te herstellen.
Klik op om te beginnen scannen als u alle opties hebt ingesteld.
Links onderaan in het venster verschijnt de statusbalk die de voortgang van het scanproces aangeeft. Als u het scannen wilt annuleren, klikt u op .
De ingescande afbeelding verschijnt.
Op de werkbalk vindt u diverse functies voor het bewerken van de gescande afbeelding (zie Image Manager gebruiken).
Als u klaar bent, klikt u op op de werkbalk.
Selecteer de map waarin u de afbeelding wilt opslaan, en voer de bestandsnaam in.
Klik op .
U kunt uw scaninstellingen opslaan om ze opnieuw te gebruiken.
Wijzig de opties in het venster Scanner Properties.
Klik op .
Voer een naam in voor de gekozen instellingen.
Klik op .
De instellingen worden toegevoegd aan de vervolgkeuzelijst .
Selecteer de gewenste instelling in de vervolgkeuzelijst .
De volgende keer dat u het venster opent, zijn de opgeslagen instellingen automatisch geselecteerd voor de scantaak.
In de toepassing Image Manager vindt u menuopties en knoppen voor de bewerking van ingescande afbeeldingen.
Met deze knoppen bewerkt u de afbeelding:
|
Pictogram |
Naam |
Functie |
|---|---|---|
|
|
|
Hiermee slaat u de afbeelding op. |
|
|
|
Hiermee maakt u de laatste bewerking ongedaan. |
|
|
|
Hiermee herstelt u de laatst ongedaan gemaakte bewerking. |
|
|
|
Hiermee schuift u door de afbeelding. |
|
|
|
Hiermee kunt u het geselecteerde deel van de afbeelding bijsnijden. |
|
|
|
Hiermee kunt u uitzoomen op de afbeelding. |
|
|
|
Hiermee kunt u inzoomen op de afbeelding. |
|
|
|
Hiermee kunt u het formaat van de afbeelding schalen. U kunt het formaat handmatig invoeren of instellen dat de afbeelding proportioneel, verticaal of horizontaal wordt geschaald. |
|
|
|
Hiermee kunt u de afbeelding draaien; u kunt het aantal graden selecteren in de vervolgkeuzelijst. |
|
|
|
Hiermee kunt u de afbeelding horizontaal of verticaal spiegelen. |
|
|
|
Hiermee kunt u de helderheid of het contrast van de afbeelding aanpassen of de afbeelding omkeren. |
|
|
|
Hiermee kunt u de eigenschappen van de afbeelding weergeven. |
Raadpleeg de helpaanwijzingen op het scherm voor meer informatie over de toepassing Image Manager.